Kolere wijf

Het ging niet goed met Willem. Hij kwam zijn bed niet meer uit. Wilde zijn medicatie niet meer. Hij at niet meer. In de groep waar hij woonde liep hij vloekend en tierend rond. Daar bleef het echter niet bij. Als hij het allemaal niet begreep of iets kon vertellen, sloeg hij ook nog eens het personeel. Van Willem wilde je geen klap. Handen als kolenschoppen had hij. Willem had het niet zo met vrouwen. Waar de oorsprong van zijn afkeer lag, daar zijn we nooit achter gekomen. Hij liet het in ieder geval wel heel duidelijk blijken. Als iemand van het vrouwelijk geslacht iets van hem wilde en hij had niets met haar, dan werd ze steevast uitgescholden voor “ Kolere wijf” en kon hij flink om zich heen meppen. Dat hij een hekel aan de Duitsers had, dat was wel heel goed te verklaren. Willem was namelijk 10 toen de oorlog uitbrak. Het verhaal gaat dat hij in de oorlog zijn vader heeft geholpen. In het kader van de Arbeitseinzats moest zijn vader naar Duitsland. Razzia’s volgden en ook het huis van Willem was aan de beurt. Pa werd verstopt in het huis onder de vloer. Op het luik werd Willem in een stoel neergezet. Willem was in die tijd al een bijzonder kind. Hij zag er anders uit. Niet zoals als de andere kinderen uit de wijk waar hij woonde. Hij deed ook anders. Willem was een debiel, zoals ze dat vroeger noemden. Vermoedelijk vonden de Duitsers dat rare kind in die stoel een beetje eng en zijn ze niet verder gaan zoeken. Vader was gered. Zijn verleden heeft er zeker mee te maken dat hij enorm koningsgezind was. Je hoefde maar te beginnen met de eerste regels van het Wilhelmus en Willem sprong uit zijn stoel. Zijn stramme lichaam werd gerecht. Met de borst vooruit en saluerend zong hij uit volle borst mee.

Het ging niet goed met Willem. “Wijze” mensen hadden besloten dat hij naar de crisisopvang moest. De voornaamste reden was, dat het personeel een time out nodig had. Rust in de tent. Zo kwam Willem bij mij. Zessenzeventig jaar. Een prachtige kerel. Ik zie hem nog aankomen lopen met zijn rollator. In zijn mandje een stapel boeken, waaronder een tijdschrift van het Koningshuis. Ik kwam er al snel achter dat je niet aan zijn boeken moest komen. Hij ging er zelfs mee naar bed. Probeerde je het aantal te reduceren, dan volgde er een kanonnade van scheldwoorden. Woorden die bij ons op de unit legendarisch zijn geworden. “Een zooitje het is het hier. Het lijkt hier wel een gekkenhuis.” Het geluid wat hij daarbij produceerde was een genot om naar te luisteren. Een diepe warme bas. Met hetzelfde prachtige geluid kon hij ook lachen. Alsof hij een aria zong uit de Barbier van Sevilla. Regelmatig viel dan ook het kunstgebit uit zijn mond, gevolgd door nog harder gelach. Dan was er ook nog de muziek. Willem was een van de grootste fans van de Dutch Swing College Band. Hij had er ook een DVD van. Als hij een beetje onrustig was, hoefde je alleen maar de dvd te starten. Hij zocht zijn stoel op en ging kijken en luisteren. Als je dan bij hem ging zitten, wees hij steeds Peter Schilperoort aan en vertelde dat die dood was. Nu wilde het toeval dat ik Ray Kaart, de trompettist van de DSCB, van vroeger kende. Dat was het begin van de relatie.

Het ging niet goed met Willem. Al snel kwamen we erachter waarom het niet goed ging. Willem had behoefte aan een relatie. Om een relatie met iemand aan te gaan heb je niet alleen tijd en gelegenheid nodig. Het vergt ook iets van jezelf. Anders denken. Een mindset. Bezuinigingen zijn zeker een oorzaak met gevolg. Ik ben er echter van overtuigd dat een andere kijk op begeleiden veel meer winst kan opleveren. Meer dan nu het geval is. Zorgen voor is zorgen dat. Iedereen op de crisisopvang ging de relatie met Willem aan. Ook onze vrouwelijke begeleiders en zelfs sommige cliënten die tijdelijk bij ons verbleven. Willem werd weer rustig en genoot zichtbaar van zijn logeerpartij bij ons. Hij kon dit op een bijzondere persoonlijke manier laten blijken. Als hij mij zag dan beloofde hij mij 2 pakjes shag voor mijn verjaardag. Met een andere begeleider wilde hij naar Amsterdam om daar te stappen en om de hoeren te bezoeken en met een ander ging hij met de boot naar Toronto om zijn zus te bezoeken. Met een van de vrouwelijke begeleiders ging hij zelfs trouwen. Hij beloofde haar wel om eerst een hele mooie jurk voor haar te kopen. Zo had Willem uiteindelijk met iedereen een relatie. Een relatie waar hij zo’n behoefte aan had. Het ging weer goed met Willem. Hij kon weer terug naar zijn woongroep. Zo geschiedde. Diezelfde nacht zat hij echter in pyjama bij ons op de stoep. Hij was ’s nachts uit zijn raam geklommen en weggelopen. Terug naar de plek waar hij het naar zijn zin had. Hij heeft die nacht nog bij ons geslapen en is weer teruggegaan. Hij kon daar echter niet meer aarden en verhuisde naar een nieuwe woning. In het begin ging het goed. Helaas voor korte duur. Willem kwam weer terug bij ons. Zevenenzeventig was hij.

Het ging niet goed met Willem. In de laatste periode dat hij bij ons verbleef, ging zijn gezondheid achteruit. Hij had last van korte op elkaar volgende epileptische aanvallen. Soms lag hij op bed en dacht ik dat hij dood was. Dat gebeurde ook een keer op een zondagmiddag. Hij lag op zijn bed en het zag er niet goed uit. Achteraf had hij vermoedelijk een kleine hersenbloeding gehad. Willem moest naar het ziekenhuis en ik ging mee. Gewillig liet hij alle onderzoeken toe. Tot mijn lichtelijke verbazing. Natuurlijk waren zijn tijdschriften bij hem. Die liet hij echt niet los. Tot het moment dat hij klaar was met het onderzoek. Hij wapperde met de tijdschriften en maakte mij duidelijk dat ik ze aan moest pakken. Hij vertrouwde mij iets toe wat hij nog nooit gedaan had. Nadat ik ze had aangenomen viel Willem in slaap. Een diepe slaap. Dit was het moment dat ik dacht, dat hij het genoeg vond en zijn ogen voorgoed ging sluiten. Maar Willem was dat nog helemaal niet van plan. De volgende dag werd hij weer door de ambulance afgeleverd op onze unit. Met zijn karakteristieke kop en lach begroette hij ons en hervond als snel zijn oude ritme.

Het ging niet goed met Willem. Hij kon niet meer terug naar zijn nieuwe woning. Achtenzeventig was hij. Er werd er een woning op ons terrein gevonden. Willem ging weer verhuizen. Relaties werden verbroken en nieuwe moesten er worden aangegaan. Willem ging weer achteruit. De begeleiding had niet de goede tools om hem te leren kennen. Na een investering van een paar maanden, door een vrouwelijke collega van mij, ging het weer goed met Willem.

Het gaat goed met Willem. De laatste keer dat ik hem zag, zwaaide hij uitbundig met zijn twee kolenschoppen naar mij. Zijn onmiskenbare lach ontbrak daarbij niet. Twee dagen later overleed hij. Negenenzeventig is Willem geworden.

Scan0007

Advertenties

40 thoughts on “Kolere wijf

  1. Je schrijft op een manier die er voor zorgd dat je blijft doorlezen. Er
    zijn veel Willems, fijn dat er begeleiders zijn die zich zo inleven.

  2. een leven in een notendop, een moeilijk leven, dapper leven, een leven dat niet iedereen zou willen leven – maar Willem moest het wel, met zijn handen als kolenschoppen hield hij omklemd wat hem dierbaar is, wat niet van hem afgepakt mocht worden – hij gaf het jou – wat een prachtig gebaar, en wat een prachtige ode

  3. Afgezien van de ontroerende en bijzonder goed beschreven inhoud is het heel mooi gevonden ons door het verhaal te leiden aan de hand van zijn leeftijd. Echt mooi. Die foto, is dat hem echt?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s